Toneelgroep Maastricht verbeeldt onder artistieke leiding van Arie de Mol het tijdloze verhaal van de ploeterende mens en zijn verlangen naar houvast. Muzikaal en ontregelend. Hartstochtelijk gebracht.
 
De roman Mephisto

Mephisto – Roman einer Karriere is geschreven door de Duitse auteur Klaus Mann. Het wordt altijd een sleutelroman genoemd, dat is roman waarin een ware gebeurtenis verteld wordt, waarbij personen die echt bestaan (hebben) wel een andere naam dragen. Mephisto is geïnspireerd op de thematiek uit de Faustlegende, vertelt het verhaal van de fictieve toneelspeler Hendrik Höfgen, die zijn ziel aan de nazi's verkoopt in ruil voor een succesvolle carrière. De figuur van Höfgen is gebaseerd op Klaus Manns vroegere zwager, de acteur en regisseur Gustaf Gründgens.

De roman werd in 1936 gepubliceerd in Amsterdam door de exiluitgever Querido, aangezien Klaus Mann in 1933 voor het naziregime Duitsland was ontvlucht; later werd hem zelfs zijn Duitse burgerschap door de nazi’s afgenomen. Mephisto werd in 1981 verfilmd. Deze productie, geregisseerd door István Szabó en met in de hoofdrol Klaus Maria Brandauer, kreeg een Oscar voor Beste Niet-Engelstalige film.


Klaus Mann

Duits schrijver, geboren 18 november 1906 in München. 
Klaus Mann was de oudste zoon van Nobelprijswinnaar Thomas Mann.
Als hij achttien jaar is, besluit Klaus Mann om een loopbaan als schrijver te kiezen. Dat is het begin van een zwervend bestaan, bij voorkeur in hotelkamers. 

 

In 1924 debuteert hij met een verhalenbundel en in 1925 komt zijn eerste roman uit: 'Der fromme Tanz' met de ondertitel 'het avontuur van een jeugd’, één van de eerste Duitse romans waarin homoseksuele personages op een positieve manier wordt beschreven. Later het tegen de burgerlijke moraalgerichte toneelstuk 'Anja und Esther'  
Als tekstschrijver en acteur vormde hij met zijn één jaar oudere zus Erika Mann (1905-1969) bijna zijn hele leven een onafscheidelijk duo.
 

Zij waren twee van de meest geëngageerde bestrijders van het nationaal-socialisme en zagen het als hun taak om via cabaret, lezingen, artikelen en boeken de wereld op de hoogte de stellen van de misstanden in Nazi-Duitsland. Tijdens hun ballingschap in Amerika leerden zij beiden Engels, wilden Amerikaans staatsburger worden en stelden zich beiden in dienst van het Amerikaanse leger.


Klaus Mann zette zich met zijn 'decadente' antiburgerlijke levensstijl af tegen zijn milieu. Hij gebruikte geestverruimende middelen, was openlijk homoseksueel – in tegenstelling tot zijn vader, wiens onderdrukte homoseksualiteit pas jaren na zijn dood aan het licht kwam – en schreef daar ook nog over. 

De geschiedenis van Klaus Mann is de geschiedenis van een individua­list, een schrijver die in de schaduw van zijn beroemde vader Thomas Mann tegen de achtergrond van een chaotische tijd op zoek is naar een doel in zijn leven, naar erkenning... Klaus Mann heeft, meer nog dan zijn vader, de angsten en depres­sies van de moderne mens in zijn werk weergegeven. 

Tot aan zijn dood in 1949 heeft Klaus Mann een dagboek bijgehouden. Deze van een sterk pessimisme doortrokken dagboeken geven een indringend beeld van hoe het misging met de wereld in de jaren dertig en veertig en hoe het misging met Klaus Mann zelf. De wereld stevende onverbiddelijk op een enorme catastrofe af. Klaus Mann, die zich van meet af aan krachtig tegen het nazisme verzette, kon zich niet staande houden. Openhartig schrijft hij over zijn vlucht in drugs, zijn avonturen met jongens en jongenshoeren, zijn verlangen naar de rust van de dood.

De 'burgerlijke' maatschappij waartegen Klaus Mann in zijn eerste publicaties aanschopt, is in feite al lang voor diens geboorte begonnen met afbrokkelen. Het agressieve militarisme en nationalisme dat daar sinds de Eerste Wereldoorlog langzaam voor in de plaats komt, is in Manns ogen vele malen erger.

In 1925 speelt Erika Mann in het eerste stuk van haar broer Klaus Mann, 'Anja und Esther' samen met de toneelspeelster Pamela Wedekind – dochter van de toen al bekende Frank Wedekind met wie Klaus toentertijd

verloofd was – een lesbisch paar.


vlnr Erica Mann, Klaus Mann, Pamela Wedekind, Gustaf Gründgens

Het stuk, dat geregisseerd wordt door Erika's latere echtgenoot Gustaf Gründgens, is een groot succes. Niet alleen vanwege het optreden van de kinderen van de beroemde Thomas Mann en Wedekind, maar zeker ook door het taboe doorbrekende karakter ervan. -
In 1927 maakt Klaus met zijn zuster Erika een wereldreis. Over deze reis schreef hij een aantal boeken, waarna hij zich meer en meer ging toeleggen op de strijd tegen het opkomend fascisme. 

Op 6 februari 1933, enkele dagen nadat Hitler rijkskanselier was geworden, noteerde Klaus Mann in zijn dagboek: 'Het gaat niet goed, het gaat niet goed, het gaat HELEMAAL niet goed.' 13 Maart 1933, zes weken nadat Hitler aan de macht was gekomen, emigreerde hij. Hij vluchtte naar Amsterdam,

Hij veranderde in een geëngageerd schrijver en begon met financiële hulp van de Zwitserse schrijfster Annemarie Schwarzenbach (1908-1942) het anti-nazi tijdschrijft Die Sammlung dat werd uitgegeven door Querido Verlag in Amsterdam. Er verschenen in totaal 24 nummers van september 1933 tot augustus 1935. Annemarie Schwarzenbach was fel antifascistisch, maar kwam uit een van de rijkste families van Zwitserland die zeer pro-Hitler waren. Zij leverde zelf geen bijdragen aan Die Sammlung, maar betaalde het honorarium van de auteurs uit eigen middelen. Vanuit Duitsland werd sterke druk op de auteurs uitgeoefend afstand te nemen van het blad. Bij sommigen met succes: Thomas Mann bijvoorbeeld vond met Stefan Zweig dat het "niet om een zuiver literair, maar om een “grotendeels politiek” blad ging.

 1e druk: 'Mephisto. Roman einer Karriere' (1936)

Hij schreef in Amsterdam ook aan zijn roman Mephisto over de toneelspeler Hendrik Höfgen die zijn ziel aan de Nazi's verkoopt in ruil voor een succesvolle carrière. Uit dit werk komt een haarscherp beeld van de burgerlijke Duitse intellectuele traditie naar voren. Bovendien vormt het een indrukwekkende aanklacht tegen dictatuur en geweld.
De bekende Duitse acteur Gustaf Gründgens (1899-1963) heeft model gestaan voor Hendrik Höfgen. Klaus Mann legde in zijn autobiografie 'Der Wendepunkt' het waarom van zijn Mephisto uit: „Het gaat niet om het afzonderlijke geval, maar om een type. Als voorbeeld had ik net zo goed ieder ander kunnen nemen. Mijn keus viel op Gründgens - niet omdat ik hem voor uitzonderlijk slecht hield (hij was misschien nog wel een stuk beter dan menig andere waterdrager van de waarden in het Derde Rijk), maar eenvoudigweg omdat ik hem toevallig bijzonder goed kende. Juist doordat wij elkaar vroeger zo vertrouwden, vond ik zijn verandering, zijn desertie, zo ongeloofwaardig.

Uiteindelijk leidde dit in 1938 tot de vlucht van Klaus Mann naar de Verenigde Staten. Zijn biseksuele geaardheid en vermeende sympathie voor de Communistische Partij waren een reden voor de FBI om hem stevig in de gaten te houden, dat werd in 1948 bekend. 

Na het uitbreken van de oorlog zoekt Klaus Mann opnieuw zijn toevlucht tot de autobiografie. 'The Turning Point' verschijnt in Amerika in het Engels in 1942. De titel laat al zien dat het opnieuw een poging is van Mann om zijn koers te bepalen.

Klaus Mann keert na de oorlog naar München terug en schrijft zijn vader na de aanblik van het ouderlijk huis:
“Ik had me voorgesteld dat het erg zou zijn, maar het was nog veel erger. ….Dit komt alleen in nachtmerries voor”

Hij had moeite zijn plek te vinden. Zijn heroïneverslaving werd een steeds groter probleem, hij kampte met een writersblock en hij zag door de toenemende spanningen tussen de VS en deSovjet-Unie de toekomst somber in. In 1949, vlak voor zijn zelfmoord, publiceerde hij de - uitgebreide - Duitse versie van “The turning point” onder de titel “Der Wendepunkt”. 
Daarin geeft hij een indringend beeld van de bewogen en dramatische geschiedenis van een familie op de vlucht voor Hitler.
Klaus beschrijft hierin zijn problematische verhouding met zijn vader en vele andere details, die voor een goed begrip van het leven van deze familie van belang zijn. 
Na al een eerdere poging, bracht hij zichzelf op 21 mei 1949 in Cannes met medicijnen om het leven. Hij werd in Cannes begraven. Zijn vader was niet aanwezig bij de uitvaart.

Gustaf Gründgens
 Gustaf Gründgens als Mephisto in Faust

De bekende Duitse acteur Gustaf Gründgens (1899-1963) heeft model gestaan voor Hendrik Höfgenin de roman Mephisto van Klaus Mann. Gründgens, alom geroemd om zijn weergaloze vertolking van Mephisto in Faust van Goethe èn een voormalig vriend van Mann, zette zijn loopbaan onder het nazi-regime gewoon voort. Hij spon er garen bij. Gründgens werd in 1933 door Göring tot artistiek leider van de Staatstheater van Pruisen benoemd. Hetzelfde jaar werd hij ook senator van de Reichskulturkammer. Niettemin bekleedde hij ook tot lang na de oorlog allerlei topfuncties in de Duitse theaterwereld, zoals het voorzitterschap van de vereniging van podia.

Gustaf Gründgens en Klaus Mann ontmoetten elkaar in 1925 in Hamburg tijdens de repetities van het toneelstuk Anja und Esther. Klaus Mann heeft dit niet alleen geschreven, maar speelde er ook in mee, samen met zijn zus Erika Mann. Gustaf Gründgens en Erika Mann zijn getrouwd geweest van 1926 tot 1929.

Erica Mann, Klaus mann, Pamela Wedekind, Gustaf Gründgens

In 1934 werd Gustaf Gründgens intendant van het Pruisische Staatstheater in Berlijn. Hij werd in volle NSDAP-tijd aangesteld door Hermann Göring. Klaus Mann zat al in Amsterdam en het zal niet verbazen dat hij de stappen van zijn vroegere vriend scherp veroordeelde. Hij bracht in 1936 zijn Mephisto, Roman einer Karrière uit bij exiluitgeverij Querido. Het hoofdpersonage uit deze roman heet Hendrik Höfgens en heeft zoveel gelijkenissen met Gustaf Gründgens dat de familie Gründgens nog tot in de jaren ’70 geprocedeerd heeft tegen uitgave in Duitsland. Het wordt pas uitgegeven nadat men in Frankrijk een toneelstuk op de roman baseert en nadat er een Hongaarse film naar gemaakt is.

Op 12 mei 1949 schrijft Jacobi – die de Duitse uitgave van Mephisto niet
aandurft, omdat Gustaf Gründgens zijns inziens in het Duitse theater ‘weer een zeer beduidende rol speelt’ – de volgende, bittere tekst aan Klaus Mann:  ‘Niks riskeren! Altijd met de macht, met de stroom mee! Men weet toch waar dit toe leidt: precies, naar de concentratiekampen waar niemand nu meer iets van wil weten. Ik stuur het manuscript terug. En schrijf me niet meer!’ Negen dagen later pleegt Klaus Mann in Cannes zelfmoord, met een overdosis slaaptabletten.

Het wonderlijke aan Gustaf Gründgens loopbaan is, dat hij ook na de oorlog zeer geliefd bleef bij het grote publiek. Hij heeft zijn laatste rol gespeeld in 1962.

In de zomer van 1963 geeft hij nog een televisie-interview waarin hij zegt: ‘Ik heb de afgelopen dertig jaar alsmaar rollen gespeeld, ik ben vergeten te leven.’ Op 7 oktober 1963 sterft Gustaf Gründgens eenzaam in Manila, op een hotelkamer. Officiële doodsoorzaak: een overdosis aan slaapmiddelen.

De taal van het derde rijk

Met een tot in details georganiseerde tirannie wordt er bij de NSDAP in de jaren dertig van de vorige eeuw over gewaakt, dat de leer van het nationaal-socialisme op elk punt, en dus ook in de taal, onvervalst blijft. 
Je kon in die tijd niet zomaar alles schrijven, er bestond een stevige censuur.
Naar het voorbeeld van de pauselijke censuur staat op de titelpagina van boeken die op de partij van het Nationaal Socialisme betrekking hebben: “Tegen publicatie van dit geschrift bestaat vanwege de NSDAP geen bezwaar. Getekend: De voorzitter van de controlecommissie van de partij ter bescherming van het Nationaal  Socialisme.”

Het Derde Rijk kende geen verschil tussen spreek- en schrijftaal. Sterker nog, alles was gesproken taal, toespreking, toeroep, opzweping. Tussen  de toespraken en de geschreven artikelen van de minister van Propaganda bestond geen enkel stilistisch verschil, en daarmee waren zijn artikelen ook zo gemakkelijk te declameren. Declameren betekent letterlijk: met harde stem, luid spreken, nog letterlijker: uitschreeuwen. De voor iedereen verplichte stijl was dus die van de schreeuwerige agitator.


de schreeuwende agitator Adolf Hitler


Elke taal die vrij gebruikt mag worden, staat in dienst van alle menselijke behoeften, ze dient het verstand en het gevoel.

Spreektaal van het derde rijk stond uitsluitend in dienst van de bezwering. Tot welk persoonlijk of publiek terrein het onderwerp ook behoorde ,  alles is gesproken woord, en alles is openbaar. ‘Jij bent niets, je volk is alles’, luidt een van de  spandoeken. Dit betekende: je bent nooit alleen, nooit met je naasten, je staat altijd in het aangezicht van je volk. Je kon je niet terugtrekken, je kon je niet verstoppen, je kon alleen je mond houden of vluchten als je het niet eens was met het regime.

 

Interview met regisseur Arie de Mol 
en acteur Olaf Malmberg:


"Ik gun Nederland gezond verstand".


regisseur Arie de Mol

Op dit moment toert Toneelgroep Maastricht door Nederland met de veelgeprezen voorstelling Mephisto, een bewerking van de beruchte roman van Klaus Mann uit 1936. Regisseur Arie de Mol en hoofdrolspeler Olaf Malmberg vertellen hoe het aangrijpend menselijk drama over een toneelgezelschap dat tijdens de opkomst van Hitler verstrikt raakt tussen ambitie en geweten nog niets aan actualiteit heeft ingeboet.

Arie de Mol:” In Mephisto zien we een toneelgezelschap uit Hamburg dat in de jaren ‘20 de schouders eronder zet, zin heeft in de toekomst en nieuwe ontwikkelingen in de kunst probeert te integreren in hun werk. We zien de repetities, de kleurrijke kostuums, het theatrale temperament van acteurs. Tot duidelijk wordt dat er binnen de groep sympathisanten van Hitler zitten, die, met de toenemende macht van Hitler, zich steeds meer gaan roeren. Met dit gegeven hebben veel spelers grote moeite en hiermee komt de groep en het geloof in de toekomst onder druk te staan. “


”Ik heb voor dit stuk gekozen omdat ik me op dit moment zorgen maak over de plaats van kunst en cultuur in deze maatschappij. Er wordt de laatste jaren erg denigrerend gesproken over de cultuursector. Ik vind de “leefbaarheid” in Nederland de laatste jaren afgenomen. Het belang van kunst voor de geestelijke gezondheid van de mens wordt onderschat en weggehoond. Dom. We slaan er ook internationaal een modderfiguur mee. Sommige politici willen Nederland teruggeven aan de Nederlanders. Ik kan ze verzekeren dat hier een Nederlander spreekt die het gevoel heeft dat hem juist zijn land wordt afgepakt. Ik gun Nederland gezond verstand, dat men weer gaat inzien dat een beschaving van kwaliteit cultuur nodig heeft, omdat cultuur een richting uitgaat die de massa niet kiest, omdat kunst vragen stelt die anders niet gesteld worden.”


Olaf Malmberg als Hendrik Höfgen in Mephisto

Olaf Malmberg: “Ik speel in Mephisto Hendrik Höfgen, de steracteur van het gezelschap. Hij drukt zijn mening op de groep en laat onder andere een acteur met sympathie voor Hitler wegsturen. Vervolgens zie je hoe hij zelf, op zoek naar streling van zijn talent en ambitie, blijft spelen tijdens het bewind van de Nazi’s. Terwijl zijn collega’s het kwaadaardige regime ontvluchten of opgepakt worden blijft hij “op zijn post”. Hij drijft zijn eigen realiteit door; denkt met goed acteren de Nazi’s om de tuin te kunnen leiden. Maar zonder het zelf te zien collaboreert hij met het regime waar hij zo tegen gekant was.”

”Ik hoop dat het publiek dat naar Mephisto komt kijken het op een goede manier moeilijk met zichzelf krijgt. Dat het meegezogen wordt in een verhaal over een veranderende tijdgeest. De heersende moraal in een land verandert en zonder dat je er erg in hebt gehad word je wakker in een wereld van angst en terreur. Wat doe je dan? Je kunt op voorhand over jezelf denken dat je een held zult zijn in oorlogstijd, maar hoe zou jij werkelijk reageren als die dreiging zich aan je opdringt?”


Interview met bewerker van de roman 
Erik-Ward Geerlings
"Een extra gruwelijke Mephisto"

Erik-Ward Geerlings

Wat doe je wanneer alles in een maatschappij tegen je principes en gevoelens indruist? Erik-Ward Geerlings bewerkte 'Mephisto' van Klaus Mann voor TG Maastricht.

„Wat doe je als de wereld om je heen verandert?"

Erik-Ward Geerlings
Hij heeft een reputatie wanneer het gaat om gedragen, poëtische stukken. „Zware kost moet", meent toneelschrijver Erik-Ward Geerlings. „Een grote zaal kan niet zonder retorica. Die is veelal verdwenen uit de thea­ters." Levensvragen, existentia­lisme. „Noem het Weltschmertz. Die voel ik ook, die raakt ieder­een."

Hoe kan het ook anders. Een schrijver die oorspronkelijk wijs­begeerte studeerde en zich tegen­woordig ontpopt als psychothe­rapeut. „Vier jaar heb ik wijsbe­geerte volgehouden", toen werd de lokroep van het theater te sterk. „Gelukkig kon ik er meteen een boterham mee verdienen. Ik ben wel altijd 'de boekjes' blijven lezen."

Met een voorliefde voor mythische figuren en historische per­sonages, past Mephisto de gebo­ren Rotterdammer als gegoten. Het verhaal van Klaus Mann gaat over de grote acteur Hendrik Höfgen, die in de jaren dertig de ze­gen krijgt van het nazi-regime. Oorspronkelijk met als plan om van binnenuit een tegengeluid te laten horen, wordt Höfgen - die jarenlang furore maakt als de dui­vel Mephisto in Goethes 'Faust' -  meer een speelbal van de politieke macht.

„Wat doe je wanneer de wereld om je heen verandert in een maatschappij die tegen je princi­pes en gevoelens indruist? Pas je je aan? Stap je er, letterlijk, uit? Maak je je boos? Van alle mensen in zijn directe omgeving houdt Höfgen het meebewegen het langst vol. Maar daardoor verliest hij iedereen."

Hij noemt het een 'herschep­ping', wat hij met `Mephisto' heeft gedaan. „Het verhaal is het­zelfde gebleven. Maar in mijn be­werking komen slechts een paar sporen terug van de oorspronke­lijke tekst van Klaus Mann. Het is er ook wat gruwelijker op gewor­den, met meer aandacht voor de martelkant van het verhaal."

Duister en bombastisch. „Met een confronterend decor." Plus een aantal citaten uit dat andere 'verboden' boek: 'Mein Kampf. „`Mephisto' was in Duitsland ook jarenlang verboden. Zoiets fasci­neert me. Waarom iets verbie­den? Met twee klikken op inter­net heb je het."

De schrijver noemt leven achter het IJzeren Gordijn als een andere fascinatie. Of 'leven in een dicta­tuur'. „Kun je nog vrij spreken in je eigen huiskamer? Wil je dat nog?" Net als de Tweede Wereldoorlog; opkomst en ondergang van het Derde Rijk. „Een van mijn eerste stukken ging al over de laatste da­ gen in de bunker van Hitler. Het is een periode waar ik nog wel tien stukken over kan schrijven. Een onuitputtelijke gruwel."

Geerlings heeft er bewust voor gekozen het verhaal niet naar de tegenwoordige tijd te verplaat­sen. Hoe makkelijk dat ook had gekund. „We leven in een tijd waarin we politiek en maatschap­pelijk een kanteling maken. We maken een onmiskenbare slag naar rechts. Dat roept allerlei as­sociaties op en denkend aan de toekomst kan je een hoop invul­len. Maar we houden het verhaal feitelijk historisch. Wanneer we het zouden actualiseren, zouden we ons storten in een debat van `oh, je wilt dit en dat aanklagen'. De artistieke waarde gaat dan he­lemaal scheef. Nee, laat dat maar over aan de toeschouwer, wan­neer die dat wil."


 

Rol

in Mephisto

maatschappelijke positie

Verwijzing naar een echte persoon

in de geschiedenis

Hendrik Höffgen

acteur, regisseur, werkt zich onder het naziregime  intendant van het Staatstheater in Berlijn

Gustaf Gründgens

Otto Ulrichs

acteur; communist

Hans Otto

Juliette Martens

danseres, donkere huiskleur
half Afrikaans, half Duits, vriendin van Hendrik Höffgen

Andrea Manga Bell

Dora Martin

in die tijd heel beroemd actrice; jodin

Elisabeth Bergner

Nicoletta von Niebuhr

actrice

Pamela Wedekind

Lotte Lindentall

matig actrice, latere vrouw van Hermann Göring

Emmy Göring-Sonnemann

Minister-president

De dikke”

nazi-leider, direct onder Hitler

Minister-president
Hermann Göring

Oscar Kroge

theaterdirecteur/intendant

Max Reinhardt

Hans Miklas

Acteur, kiest direct voor de nazi’s

?


Belangrijke gebeurtenissen en personen
uit de geschiedenis die in de voorstelling voorkomen:


Adolf Hitler

Adolf Hitler wordt geboren op 20 april 1889 in Oostenrijk. Hij doorloopt de basisschool, maar stopt op 16-jarige leeftijd met de middelbare school. In 1907 vertrekt hij naar Wenen om zich in te schrijven bij de kunstacademie, maar hij wordt afgewezen. Hij blijft in Wenen rondzwerven en doet maar weinig om geld te verdienen. Hij geeft altijd anderen de schuld van zijn falen, zelfkritiek is hem vreemd. In die tijd legt hij zijn ideologische basis door veel kranten en tijdschriften te lezen. In 1913 emigreert Hitler naar München. Wanneer de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, meldt hij zich als vrijwilliger voor het Duitse leger. In 1918 raakt hij gewond en hij maakt de ineenstorting van het Westfront niet mee. Daardoor is hij ervan overtuigd dat Duitsland de oorlog wel nog had kunnen winnen, maar dat de soldaten verraden zijn door hun linkse regering.

In opdracht van het leger infiltreert hij in 1919 in de Duitse Arbeiders Partij, omdat deze volgens het leger verdacht was. Hij kan zich echter wel vinden in de denkbeelden van deze kleine groep en sluit zich aan. De partij groeit door zijn bemoeienis, in 1920 wordt de naam veranderd in de NSDAP en in 1921 wordt hij partijleider. Op 9 november 1923 probeert hij, met zijn aanhangers, de Weimarrepubliek omver te werpen via een staatsgreep, de Bierkellerputsch. Deze staatsgreep mislukt en Hitler wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar. Al na een jaar wordt hij vrijgelaten. Zijn tijd in de gevangenis besteedt hij aan het schrijven van Mein Kampf, een boek waarin hij zijn denkbeelden en toekomstplannen uitlegt. Hierna wil het niet vlotten met de groei van de NSDAP, het aantal zetels in de Rijksdag daalt. Wanneer in 1929 de economie instort, weet de NSDAP hiervan te profiteren. Hun zetelaantal schiet weer omhoog. Toch willen de andere partijen geen kabinet met nazi’s erin. Uiteindelijk komt er toch een kabinet met een klein aantal leden van de NSDAP. Hitler wordt in 1933 rijkskanselier. Na de Rijksdagbrand op 27 februari 1933 weet Hitler nog meer macht naar zich toe te trekken door via verordeningen extra bevoegdheden te vergaren. Alle politieke partijen, behalve de NSDAP, worden verboden en in de Nacht van de Lange Messen (30 juni – 2 juli) worden de laatste tegenstanders, waaronder de leiders van de SA, gearresteerd of vermoord.

Na de dood van de rijkspresident neemt Hitler zijn bevoegdheden ook over. Hij ontneemt het parlement en de regering de macht en is vanaf dat moment eigenlijk dictator. Hij versterkt zijn positie verder via de terreur van de Gestapo en een goedlopende propagandamachine. De economie in Duitsland klimt uit het slop, omdat er grote infrastructuurprojecten worden gestart en de wapenindustrie op volle toeren draait. Daardoor groeit de populariteit van Hitler. Zijn maatregelen tegen joden en andere minderheden worden voor lief genomen. Hitler bezet het Rijnland (een gedemilitariseerde zone) om uit te zoeken hoe ver Duitsland kan gaan voordat het door andere landen op de vingers wordt getikt. Als blijkt dat zij kost wat kost oorlog willen voorkomen en dus lauw reageren, zet Hitler zijn bezettingen door met als aanleiding voor de Tweede Wereldoorlog, de bezetting van Polen in 1939. Duitsland bezet steeds meer landen, totdat het in 1941 aan operatie Barbarossa begint – de bezetting van de Sovjet-Unie. Het lukt niet om Moskou te bezetten door de strenge winter en het Duitse leger wordt teruggedreven. Duitslands macht brokkelt steeds verder af, het leger van de Sovjet-Unie zet een tegenaanval in en de geallieerde troepen landen in juni 1944 in Frankrijk. In 1945 vallen de Amerikanen, Britten en Russen Duitsland binnen. Hitler verschanst zich in een bunker in Berlijn, waar hij op 30 april 1945 samen met Eva Braun (zijn vrouw) zelfmoord pleegt.

 

Mein Kampf

Mein Kampf (Nederlands: "Mijn strijd"), in Nederland uitgegeven als Mijn kamp, is het boek van Adolf Hitler dat zijn ideeën over Duitsland, ras en politiek bevat.

Op 6 december 1939 verscheen Mijn kamp, de Nederlandse vertaling van de NSB'er Steven Barends, bij uitgeverij De Amsterdamsche Keurkamer. In zes drukken werd de totale oplage circa 150 000 stuks.[3] Als Nederlandse titel overwoog uitgever George Kettmann eerst nog de vertaling 'Mijn strijd'. Toch koos hij destijds voor het woord 'kamp', omdat de klank ervan al bij voorbaat elke twijfel uitsloot of men wel met hét boek van de Duitse Führer te maken had, aldus Kettmann. In Duitsland en Nederland is het bezitten en het uitlenen (door bibliotheken) van het boek niet verboden. Dit geldt ook voor de Nederlandse vertaling Mijn kampuit 1939, maar de Nederlandse Staat meent er het auteursrecht op te hebben en heeft in 1974 op grond daarvan de handel in een herdruk van het boek verboden.


De rijksdagbrand 1931

De Rijksdagbrand was een brand op 27 februari 1933, waarbij het Duitse Rijksdaggebouw in Berlijn grotendeels uitbrandde. De Nederlandse communist Marinus van der Lubbe is als dader opgepakt, vervolgd en geëxecuteerd.

De avond van maandag 27 februari 1933 bemerkten suppoosten diverse kleine brandjes in het Rijksdaggebouw. De brandweer werd op de hoogte gesteld. Om kwart over negen troffen ze Van der Lubbe aan zonder bovenkleding in de grote vergaderzaal, die al in lichterlaaie stond. Dat het brandstichting betrof was hiermee een uitgemaakte zaak, nu de dader op heterdaad betrapt werd. Hitler, die op dat moment een intiem diner had met Goebbels en diens vrouw, werd opgebeld en vertrok in alle haast naar de Rijksdag. Göring was reeds ter plaatse met de brandweer en schreeuwde dat dit het begin was van een communistische revolutie.

Op 10 januari 2008 is het doodvonnis tegen Marinus van der Lubbe per direct opgeheven. Er bestond al een vermoeden dat de nazi's zelf de Rijksdag in brand hadden gestoken en dat Van der Lubbe slechts een zondebok was om de communisten aan te pakken. De opheffing van het doodvonnis door het federaal parket gebeurde op basis van een wet uit 1998 die het mogelijk maakt bepaalde vormen van nazi-onrecht nietig te verklaren.


Dadaïsme

Letterklankbeelden door I.K. Bonset uit het tijdschrift De Stijl in 1921, 

een voorbeeld van Nederlands dadaïsme


Na de eerste wereldoorlog heerste In Europa in de kunsten een groot optimisme. Alles kon en er werd flink geëxperimenteerd met allerlei nieuwe vormen.

De kunstenaars waren ontgoocheld over het debacle van de eerste wereldoorlog, die al gauw vastliep in een hopeloze loopgravenoorlog. Er ontstond een tendens onder zowel literaire als plastische kunstenaars het artistieke gebeuren brutaal en schokkend te bespotten. Dit was voor hen een middel om de schijnheilige waarden van de toenmalige 'beschaafde' wereld aan te vallen. In de woorden van Richard Hülsenbeck: "De dadaïst acht het noodzakelijk om zich tegen de kunst uit te spreken, omdat hij door de oplichterij van kunst als morele veiligheidsklep heen kijkt”.  Het dadaïsme zou uitgroeien tot een internationale beweging.

De beweging bestond slechts kort en vertoonde een piek tussen 1916 en 1920. De kunstenaars in dada hielden zich vooral bezig met beeldende kunst, poëzie, theater en grafisch ontwerp. De beweging is verwant aan het nihilisme: het opzettelijk irrationeel zijn en afwijzen van de algemeen geaccepteerde standaarden in de kunst.

Hoewel de beweging slechts kort heeft bestaan, is haar invloed zeer groot geweest. Kunstenaars hielden zich bezig met voorwerpen te gebruiken die eigenlijk al bestonden. Zij maakten er net iets anders van dan waar het eigenlijk voor bedoeld was.


Vladimir Majakovski

Vladimir Majakovski werd geboren als derde kind van een gezin in Bagdadi, Georgië, waar zijn vader werkte als boswachter. Beide ouders waren afstammelingen vanKozakken. Op zijn veertiende nam Majakovski deel aan een socialistische demonstratie in de stad Koetaisi, waar hij op het gymnasium zat. Na de vroegtijdige dood van zijn vader in 1906, verhuisde het gezin naar Moskou, waar Majakovski naar school Nr. 5 ging.

In Moskou ontwikkelde Majakovski een passie voor marxistische literatuur en nam hij deel aan talloze activiteiten van de Russische Sociaal Democratische Arbeiderspartij; later werd hij lid van deze partij. Toen zijn moeder in 1908 het schoolgeld niet kon betalen werd hij van school gestuurd.

Rond die tijd werd Majakovski drie keer gevangengezet voor politieke activiteiten, maar omdat hij minderjarig was, werd hij niet gedeporteerd. Tijdens een periode van eenzame opsluiting in de Butirkagevangenis in 1909 begon hij met het schrijven van poëzie, maar zijn gedichten werden in beslag genomen. Na zijn vrijlating ging hij door met zijn werk in de socialistische beweging, en in 1911 begon hij aan de kunstacademie van Moskou waar hij kennismaakte met leden van de Russisch futuristische beweging.

Een wolk in broek (1915) was Majakovski's eerste belangrijke gedicht van enige omvang en het omvatte de hete onderwerpen van liefde, revolutie, religie en kunst, geschreven vanuit het gezichtspunt van een gepasseerde minnaar. Het ís in feite één lange, rebelse monoloog, waarin de schrijver als 'de dertiende apostel' in gesprek treedt met God. Majakovski deed zijn best, gebruik makend van een soort straattaal, om het idealistische en geromantiseerde beeld van poëzie en poëten bij te stellen.

Dit gedicht van Majakovski zit in onze voorstelling:


Uw denktrant -
dagdroom in uw hersenpap
als een vervette butler in een mottige fauteuil
kom ik te sarren met een bloedige lap hart,
mij te bezatten aan mijn hoon, venijnig, vuil.

Geen haartje grijs loopt door mijn zielement
waar geen seniele zachtheid is te vinden.
De wereld tartend met mijn macht van stem
verplaats ik mij - iets moois
van tweeëntwintig.

 

Hermann Wilhelm Göring

(Geboren in Rosenheim, 12 januari 1893 – gestorven in Neurenberg, 15 oktober 1946) was een van de belangrijkste Duitse politici en militaire leiders tijdens het dictatoriale regime van Adolf Hitler in nazi-Duitsland. Hij was de oprichter van de Gestapo en de Luftwaffe. Van 1933 tot 1945 was hij rijksminister voor de Luchtvaart, staatsecretaris van cultuur, van 1934 tot 1945 rijksminister voor de Bosbouw en van 1937 tot 1938 rijksminister van Economische Zaken. In december 1934 werd hij door Hitler als zijn opvolger aangewezen. Dit maakte hem formeel de tweede man in nazi-Duitsland. Ook is hij van 1933 tot 1945 minister-president van Pruisen geweest.