Foto Bjorn Frins

Michel Sluysmans over Een meeuw

do 6 jan ’22

Met de nieuwe grote zaal productie Een meeuw wordt de succesvolle samenwerking tussen Michel Sluysmans en Ilja Leonard Pfeijffer voortgezet. herinner je je De advocaat (2017), Noem het maar liefde (2019) en Peachez (2019) nog? Michel Sluysmans: “Hoe mooi ik Tsjechovs origineel van De Meeuw ook vind, ik wilde het niet één op één ensceneren. De bewerking heet Een meeuw en is geschreven door Ilja Leonard Pfeijffer.” 

Al vanaf mijn toneelschooltijd ben ik een groot liefhebber van het werk van Tsjechov. Zijn stukken worden nooit bevolkt door koningen, helden of goden, ze gaan niet over moord, intriges of veldslagen, maar Tsjechov laat gewone mensen zien met grote problemen. Mensen van vlees en bloed in wie wij ons kunnen herkennen omdat ze worstelen met de zinloosheid van het bestaan. Zijn stukken ademen een onmiskenbare, magische sfeer van melancholie en humor. Personages hebben dromen voor de toekomst die nooit zullen uitkomen of ze hebben spijt van desillusies uit het verleden. Het hier en nu valt ze zwaar en de tijd tikt altijd maar door. Wat dat betreft is er in een eeuw weinig veranderd. 

Tsjechov vatte De Meeuw in een brief aan zijn uitgever in 1895 aldus samen: ’Weinig handeling en heel veel liefde.’ Het stuk is inderdaad een liefdescarrousel. Maar het is geen comfortabele carrousel. De liefdes in De Meeuw zijn onvervuld, onbeantwoord, of onuitgesproken. En Tsjechov doet zijn eigen stuk met zijn samenvatting ook wel te kort. De Meeuw is veel meer dan een komedie over mislukte liefdes. Het is ook een generatiestuk over kunstenaars en hun verhouding tot het ware leven. Over knellende familiebanden, afgronden tussen generaties, kunst die zichzelf overschreeuwt en die ene universele vraag waar de mens sinds Adam en Eva maar geen antwoord op weet te formuleren: Hoe geven we een zinloos bestaan betekenis?

Het stuk speelt zich af in een theaterfamilie. Arkadina is een gevierd actrice op de top van haar roem en haalt haar bestaansrecht uit het spelen van grote rollen. Zij is het contact met het aardse bestaan een beetje verleerd. Ze leeft voor haar carrière en voelt de adem van de jongere generatie in haar nek. Zij heeft een relatie met de eveneens succesvolle Trigorin; sterschrijver, celebrity, altijd het opschrijfboekje in de aanslag, maar kampend met een laag zelfbeeld. Zijn relatie met het schrijverschap en zijn roem is complex. Hij vindt zichzelf niet goed, ondanks alle lof waarmee hij wordt overladen. Kostja, Arkadina’s zoon, is zijn tegenpool. Hij staat aan het begin van zijn schrijverscarrière en vindt het werk van zijn moeder en Trigorin maar burgerlijk en ouderwets. Hij schreeuwt om nieuwe vormen. Zijn vriendinnetje Nina is dan weer een groot bewonderaar van Arkadina en Trigorin. Zij droomt ervan ooit een carrière te hebben als Arkadina en wordt tot overmaat van ramp voor Kostja ook nog eens verliefd op de arrivé Trigorin. De gemoedsbewegingen van deze wankelmoedige levenskunstenaars worden verbaasd gadegeslagen door hun omgeving die de handen vol heeft aan het echte leven. De depressieve Masja, die een onbereikbare liefde koestert voor Kostja en verder tot niks komt in het leven. Haar moeder Polina, die het landgoed bestiert, die haar dochter onder haar ogen ziet wegkwijnen, en ondertussen kampt met een onbeantwoorde liefde richting de dokter. De leraar Medvedenko, die financieel met moeite de eindjes aan elkaar kan knopen en in de ongelukkige Masja het object ziet van zijn destructieve liefde. En de oude dokter Dorn, wiens zinloos lot het is al die ongelukkige levens die hij om zich heen ziet steeds maar weer te helpen oplappen. De zinloosheid van zijn bestaan heeft hem aan de drank gebracht en al die pijn van al die liefdes om hem heen heeft hem doen besluiten de liefde af te zweren. Dat zijn de personages die ons stuk bevolken; een octet van 4 mannen en 4 vrouwen verdeeld over 3 generaties.

Hoe mooi ik Tsjechovs origineel ook vind, ik wilde het niet één op één ensceneren. Het voelde hier en daar wat gedateerd aan (dat mogen we het stuk zelf overigens niet kwalijk nemen, het is meer dan 100 jaar oud). Sommige rollen vond ik te weinig uitgewerkt, andere rollen weer overbodig. En ik vond het einde zo teleurstellend. Tsjechovs stuk eindigt met een pistoolschot, maar wat gebeurt er daarna? Wat doet de zelfmoord van Kostja met de overige personages? Ik ging De Meeuw van Tsjechov steeds meer zien als een uitnodiging om een nieuw stuk te maken dat weliswaar zeer op het origineel is geïnspireerd, maar dat de vrijheid neemt nieuwe afslagen te nemen. Een bewerking waarin we de schoonheid van het origineel kunnen extrapoleren, waarin we de humor kunnen opfrissen, waarin rollen worden samengevoegd of uitgebreid, waarin een volstrekt gemoderniseerde eenakter in het 1e bedrijf wordt geschreven, waaraan een nieuw geschreven 5e bedrijf wordt toegevoegd dat vertelt hoe het met de karakters vergaat na de zelfmoord van Kostja en waarin de hoop schuilt bij de oudste generatie als dokter Dorn en Polina elkaar toch nog vinden en in de herfst van hun bestaan besluiten de liefde een kans te geven. Die bewerking heet Een Meeuw en is geschreven door Ilja Leonard Pfeijffer. 

De vormgeving vertrekt vanuit leegte, dezelfde leegte die de personages voelen in het leven waarin ze gevangen zitten. Er zijn geen objecten, geen stoelen, banken, of blokken. De acteurs moeten het doen met hun tekst en hun lichaam. Er staat enkel een piano op de speelvloer waarachter de personages afwisselend plaats kunnen nemen. Tussen de bedrijven door wordt steeds hetzelfde liedje gezongen. Im wunderschönen Monat Mai is een tekst van Heinrich Heine op muziek van Robert Schumann, een klein liefdesliedje over voorjaar en verlangen. Het staat symbool voor het eenvoudige liefdes- en levensgeluk waar alle personages vergeefs naar op zoek zijn. Telkens wordt het liedje door een andere acteur of actrice gezongen, waardoor het steeds een ander karakter en een andere betekenis krijgt. Verder bestaat de vormgeving uit immense doeken die we kunnen laten zakken en weer optrekken, waar acteurs achter vandaan kunnen komen, achter kunnen verdwijnen of onder bedolven worden. Op de doeken zien we eenzame en lege landschappen; een meer, een bos, een winterlandschap, overweldigend en dreigend. Voor de doeken zijn de acteurs nietig, zoals de mens is voor de natuur. Tegen het einde verschijnen er 8 opgezette dieren ten tonele en wordt een bijna museaal stilleven gecreëerd; mens en dier gevangen tussen leven en dood, verlangend naar een toekomst en treurend over het verleden zitten ze als levende doden muurvast in een ondragelijk nu. 

Het is zeer zeker de opdracht aan de schrijver en de makers Tsjechovs gedachtegoed eer aan te doen. Hij gaf zijn stuk de ondertitel mee ‘Een komedie in 4 bedrijven’. Er moet gelachen worden. Het publiek moet zichzelf gaan herkennen in al die mooie, treurige personages en die herkenning moet een opluchting teweegbrengen, een collectief bewustzijn dat we allemaal worstelen met hetzelfde, en opluchting schept ruimte voor de lach. Een Meeuw van Ilja Leonard Pfeijffer wordt ‘een komedie in 5 bedrijven’.

Een Meeuw is van 3 maart t/m 4 juni 2022 te zien in de Nederlandse en Vlaamse schouwburgen.

Meer info en tickets