Al in 2024 werd ik door de huidige afstudeerklas van Toneelacademie Maastricht (toen nog tweedejaars studenten) benaderd met de vraag of ik hun afstudeervoorstelling wilde regisseren. Ik had de klas lesgegeven en leren kennen als een hechte groep van twaalf ambitieuze jonge mensen, gretig en leergierig, en daarbij genereus èn kritisch naar elkaar. Dus ik was vereerd. Hun wensen ten aanzien van het afstuderen waren niet bescheiden: ze wilden absoluut spelen in een tekstgedreven voorstelling, gezamenlijk als klas van twaalf, met min of meer gelijkwaardige rollen voor ieder, het liefst in een afwisseling van humor en tragiek, niet te oubollig, graag een beetje van nu, en indien mogelijk ook nog met muzikale elementen. Op basis van deze parameters startte de onmogelijke zoektocht naar het juiste stuk. Er zijn weinig stukken te vinden voor twaalf acteurs (want die stukken zijn heel duur om te produceren) en bij de stukken die wel twaalf rollen of meer bevatten, zijn de rollen zelden gelijkwaardig. Maar uiteindelijk leidde het lot ons naar een stuk met maar liefst 33 rollen, oorspronkelijk geschreven voor 9 acteurs, maar dat door een herverdeling van teksten voor 12 acteurs een min of meer gelijkwaardig aandeel faciliteerde. Dat stuk heet Everybody (Iedermens), werd in 2018 genomineerd voor een Pulitzer Prize en is geschreven door Branden Jacobs-Jenkins, één van de meest toonaangevende schrijvers van deze tijd.
De Afro-Amerikaanse Jacobs-Jenkins wordt geroemd om zijn scherpe maatschappelijke blik, zijn diep menselijke personages en zijn groot gevoel voor humor. Terugkerende thema’s in zijn stukken zijn ras, identiteit en familie -in relatie tot het verleden en het heden- die hij via gewaagde structuren en zinderende dialogen voorziet van een nieuw perspectief. Het spannende aan Jacobs-Jenkins is dat hij via bestaande, historische theatergenres de grenzen van het theater durft te verkennen. Zijn stuk Neighbours (2010) bijvoorbeeld was gebaseerd op de ‘blackface minstrel shows’ uit de 19e eeuw en thematiseerde de rol van zwarte representatie in de theatergeschiedenis. Met Appropriate (2013) schreef hij een ‘great American play’ in de traditie van Tennessee Williams en Arthur Miller, waarin een witte, dysfunctionele familie (symbool voor de Westerse samenleving) ten onder gaat aan haar eigen schuldige verleden. Met Iedermens (2018) schreef Jacobs-Jenkins een hedendaagse ‘moraliteit’. Het genre, dat stamt uit de Middeleeuwen en dat al een aantal eeuwen kampt met een nogal nuffig imago, wordt door Jacobs-Jenkins vakkundig afgestoft en gebruikt voor een geestige en ontroerende vertelling over de wereld van nu. Een wereld die zucht onder consumentisme, die opwarmt, die verhit raakt, die snakt naar zin, betekenis en ademruimte. Een wereld waarin een winnaarsmentaliteit hoger wordt gewaardeerd dan plezier in het spel, waarin ambitie belangrijker wordt geacht dan dagdromen, waarin egoïsme wordt beschouwd als een voorwaarde voor een succesvol leven en waarin altruïsme gezien wordt als een zwakte. Zo’n wereld baart ongelukkige kinderen.
Van oorsprong is de moraliteit een stichtelijk toneelstuk, waarin via allegorische personages die de verpersoonlijking zijn van (on)deugden, het publiek een moraal wordt bijgebracht. De beroemdste moraliteit is het stuk Elckerlyc, één van de oudste Nederlandse toneelstukken, rond 1470 geschreven door Peter van Diest, dat niet veel later in Engeland navolging kreeg onder de titel Everyman. Op deze twee stukken baseerde Jacobs-Jenkins zijn Iedermens.
Het verhaaltje is eenvoudig: God maakt zich zorgen over zijn schepping en stuurt Dood naar de zorgeloos levende Iedermens, die verantwoording moet afleggen voor zijn leven. Iedermens moet zich gereed maken voor zijn laatste reis. Hij vraagt uitstel in de hoop iemand te vinden die hem wil vergezellen naar het onbekende. Wat volgt is een hilarische, frustrerende en confronterende queeste naar solidariteit. Familie en Vrienden laten hem in de steek. Zij zijn nog veel te druk met leven voor een sprong naar de dood. Ook Bezittingen, Kracht en Schoonheid weigeren Iedermens te escorteren naar het hiernamaals. Als iedereen die voor Iedermens bij leven belangrijk was hem heeft verlaten vindt hij enkel troost bij Liefde en Kwaad, die bereid zijn zijn laatste tocht samen met hem af te leggen en hem te helpen zich te verzoenen met zichzelf.
Zo eenvoudig als de anekdote is, zo krankzinnig en gedurfd is de vorm waarin Jacobs-Jenkins het verhaal giet. Zijn tekst speelt met theaterconventies; personages en publiek delen dezelfde ruimte, acteurs komen op vanuit het publiek, de vriendelijke zaalwacht wordt door God gebruikt als spreekbuis en blijkt later ook nog eens het personage Begrip te zijn, een ogenschijnlijk toevallige laatkomer in het publiek dringt zich op zeker moment op in de vertelling, personages geven meta-commentaar op de plot en elkaar. Jacobs-Jenkins schreef een stuk met een veelheid aan karakters en perspectiefwisselingen, scènes buitelen over elkaar heen, de toeschouwer wordt steeds weer op het verkeerde been gezet. Het is een stuk met een volstrekt logisch lijkende onlogica. Ik interpreteer het stuk als het delirium van een stervende. Volgens mij zoomt Iedermens in op de dromen en gedachtes die je overvallen in de laatste minuut van je leven. Bestaat God, of niet? Heb ik het goed gedaan, of niet? Is dit een droom, of niet? Gebeurt dit allemaal echt, of niet? Die laatste minuut van iemands leven, dat is wat het publiek in anderhalf uur krijgt voorgeschoteld.
De toon van de voorstelling is licht. De grap en de humor zijn nooit ver weg, maar de lichtheid vertrekt vanuit een grote ernst. Het is niet voor niets dat Jacobs-Jenkins God zijn zorgen laat uitspreken over zijn schepping en de rol die de mensheid speelt in de langzame teloorgang van de door hem gecreëerde planeet. De realisatie van Iedermens dat alles wat bij leven zo belangrijk was, of vanzelfsprekend, hem in het licht van de dood in de steek laat is dieptragisch en confronterend. De moraal waarmee de zaalwacht het stuk afsluit is eenvoudig, menselijk, ontroerend en urgent. Jacobs-Jenkins schreef met Iedermens een geëngageerde en bloedserieuze wake up-call in de vorm van een absurdistische komedie.
De rol van Iedermens wordt gespeeld en gedeeld door alle afstuderenden (met uitzondering van degenen die Zaalwacht en Dood spelen). Zij zijn identiek gekleed, unisex. Ze mengen zich voor de voorstelling tussen het publiek in de foyer. Ze worden in het begin van de voorstelling door Dood van de tribune gehaald, en vormen een soort koor dat -soms zelfs unisono- gedachtes uitspreekt, en waaruit zich allegorische karakters losmaken die in een scène terechtkomen met Iedermens. Zij staan symbool voor ieder mens. Want hoewel we allemaal verschillend zijn, toont Jacobs-Jenkins ons dat we in wezen allemaal hetzelfde zijn. Ieder mens werd ooit geboren en moest ooit leren lopen en spreken. Ieder mens maakt fouten gedurende het leven en doet soms ook iets goed. Ieder mens snakt naar liefde en betekenis en wordt daarin vaak teleurgesteld. Ieder mens zal op een dag sterven, en in het licht van de dood tot het besef komen dat ieder mens gelijk is. In die zin is de mens tussen 1470, toen Peter van Diest zijn Elckerlyc schreef, en nu niets veranderd. En dat is geestig en tragisch, geruststellend en beangstigend tegelijk.
Michel Sluysmans, november 2025